Nieuwe Prinsengracht 89  1018 VR  Amsterdam   020 623 05 66  info@lezen.nl Stichting Lezen op Twitter Stichting Lezen op FacebookNieuwsbrief         Frysk  English  Contact  Login

Leesplezier, verbeeldingskracht en denklust

Datum: 
6 augustus 2015
Auteur: 
Hanneke Martinn

Zou filosoferen met kinderen een rol kunnen en moeten spelen bij leesbevordering? Marja van Rossum en Anton Vandeursen zeggen meteen ja. Het filosoferen met kinderen kan heel goed een rol spelen bij het stimuleren van de liefde voor literatuur, voor verhalen en het begrijpen van wat er gaande is in verhalen. Samen beschikken ze over meer dan veertig jaar ervaring in het filosoferen met kinderen. Beiden hebben ook veel ervaring in het opleiden van docenten tot filosofisch gespreksleiders.

Kaine zei: God is lucht En Veerle tekende het

"Met een verhaal zit je meteen in het magische. Je spreekt kinderen aan in hun verbeeldingskracht, in het speculatieve denken", aldus Marja van Rossum. Anton Vandeursen heeft dezelfde ervaring "een tekst kan de verbeelding veel meer bevorderen, het laat meer interpretaties toe. Sommigen zeggen dat je helemaal geen stimulus nodig hebt voor een filosofisch gesprek, je kunt ook gewoon meteen beginnen. Maar als je met een stimulus wilt werken, zijn teksten, taal, verhalen en gedichten geweldig." Bovendien "bij tekenen of toneelspelen ligt dat anders maar er zijn eigenlijk geen kinderen die weerstand hebben tegen het voorlezen van een verhaal", aldus Van Rossum.

Universeel

Vandeursen heeft veel gewerkt met verhalen van Max Velthuijs en Toon Tellegen. Van Rossum somt meteen enthousiast een hele trits auteurs op: Koos Meinderts, Leo Lionni, Joke van Leeuwen, Armando, de verhalen van Kikker & Pad van Lobel, Kelderkind van Kristien Dieltiens, "van Ted van Lieshout alles eigenlijk, zowel zijn poëzie als proza. En Max Velthuijs, omdat zijn verhalen echt dat universeel menselijke hebben." Vandeursen laat zich, als hij verhalen selecteert, ook vaak leiden door bevreemding of verwondering. "Wat is dit?! Naarmate ik ouder wordt trekt het absurde me steeds meer. Als kind was ik al gek op sprookjes. Het ongerijmde daarin trok me aan. Nee, niet de moraal van het verhaal. Misschien koos ik daarom eerder verhalen van Tellegen dan sprookjes uit om mee te filosoferen. Die hebben dat absurde ook heel sterk." Van Rossum heeft onlangs met Het zijn toeren! van Geert De Kockere "ongelooflijk veel plezier gehad. Vlaamse schrijvers hebben soms een wat filosofischer inslag in hun verhalen en ik vind hun taalgebruik rijker. Het zijn vijftien verhaaltjes over heel alledaagse en herkenbare situaties, met humor beschreven, soms zelfs een beetje lomp, het is niet altijd even zachtzinnig. En de illustraties werken ook ongelooflijk mee." Ze gebruikte het prentenboek in een gemengde groep 3-4-5; die er vervolgens per se mee door wilde. "Ik heb iedere week een verhaal voorgelezen, en gevraagd waar we het over zouden kunnen hebben naar aanleiding van dit verhaal. En het was feest." Wat voor thema's kwamen daarbij aan bod? "Bij dit verhaal over een kat die wordt geschopt ging het bijvoorbeeld over hoe je met dieren moet omgaan, of dieren rechten hebben en waarom mensen huisdieren hebben? Bij de kip die vierkante eieren wil leggen kwam het gesprek op het idee 'als je maar wilt dan kun je het'."

Lesopbouw

"Het filosofisch gesprek is eigenlijk een kwartiertje en daaromheen zitten heel veel activiteiten, bij elkaar een uurtje. Naast het luisteren en praten gebruik ik veel verschillende werkvormen. Het voorlezen duurt niet heel lang, ondertussen kijken we ook naar het plaatje. En dan geef ik op dat ze even stil moeten zijn en moeten nadenken: Wat gebeurt er nou? Waar gaat het over? Wat is het belangrijkste? Soms bespreek ik ook even waar het verhaal over gaat. Vooral met groep 3 maar naarmate ze het vaker doen wordt het makkelijker. Dan mogen ze spuien: waar zouden we verder op door kunnen gaan? Ik noteer alles wat ze roepen, daarbij gebruik ik vaak verschillende kleuren stiften om zichtbaar te maken welke vragen met elkaar te maken hebben. Als dat allemaal op de flipover staat bekijken we of er nog ideeën missen. En waar ze op door willen gaan. En dan kijk ik of er een goede startvraag uitkomt, want dat is iets waar ik zelf heel sterk mee bezig ben, van pakken we m goed op, kunnen we hier goed over praten? Nou en dan gaan we in gesprek. Dus wat er ingebracht wordt en wat ze kiezen wil ik vanuit hen laten komen."

Voorlezen of zelf lezen?

Vandeursen: "Ik lees het zelf voor. Want? Ik vind het leuk. Echt. Ik vind het heerlijk, soms raak ik zelfs weer ontroerd bij die verhalen. De Schots-Amerikaanse filosofe Catherine McCall laat de kinderen het verhaal regel voor regel lezen, maar ik heb daar zo mijn bezwaar tegen. Een verhaal heeft een verband! En een bepaalde kleur, smaak en geur. Dat raakt helemaal verdampt wanneer je kinderen omstebeurt laat lezen. Ik ken het verhaal, ik weet dus ook waar ik de nadruk op moet leggen, wat moet leven voor het gesprek – ik kies ook niet zomaar een stimulus uit." Ook Van Rossum leest graag zelf voor, al benadrukt ze ook daarbij het belang van afwisseling. "Daar kun je natuurlijk mee spelen, dat ligt ook een beetje aan de groep." Maar voorop staat de keuze voor het verhaal zelf, dat moet zo vernuftig zijn geschreven dat het prikkelend werkt. "Er worden ook veel verhalen rondom sociaal wenselijke thema's heen gebouwd. Zo'n verhaal waarin kinderen zich moeten kunnen herkennen en dan erover moeten kunnen nadenken. Dat ligt er dan zo dik op dat het leesplezier er al niet meer in zit. Ik vind het daarom heerlijk om te filosoferen naar aanleiding van bestaande jeugdliteratuur; dat werkt altijd, na het voorlezen komen er haast als vanzelf vragen of opmerkingen waar je mee verder kunt."

Izmir

Een ander voordeel van het werken met verhalen, is dat je daarmee het filosofisch gesprek kunt afgrenzen van de 'gewone' lessen waarin kennisoverdracht centraal staat, zegt Vandeursen. "We gaan nu iets anders doen, ik lees voor en dan gaan we denken." Die demarcatie tussen een filosofisch en een niet-filosofisch gesprek is heel lastig te trekken voor mensen die er net mee beginnen. "Ik merkte het nu ook weer in Turkije, waar ik samen met Ed Weijers een week lang een intensieve workshop voor docenten gaf. Het was een heel hoogopgeleid publiek; de vragen die werden gesteld waren echt heel goed, en er werden ook heel veel denkvaardigheden toegepast – abstraheren, analyseren, voorbeelden en tegenvoorbeelden geven, synthetiseren – maar toch ging het gesprek richting psychologie, richting het sociaal-emotionele en richting het politieke. Daar is niets mis mee, maar het is geen filosofie. Als docent moet je voeling voor het filosofische ontwikkelen, dan kun je kinderen selecteren die dat filosofische punt in de groep brengen. En vervolgens besmetten die weer andere kinderen, en dan heb je een filosofisch gesprek. Denkvaardigheden volstaan niet, ze zijn wel noodzakelijk, maar ook het kunnen denken in het metaniveau en het gespreksniveau is heel belangrijk voor het leiden van een filosofisch gesprek. Het is noodzakelijk dat je als gespreksbegeleider die twee niveaus meeneemt."

21st century

Van Rossum noemt de wil tot onderzoek een van de meest basale voorwaarden voor een docent om filosofische gesprekken te kunnen voeren, "waar het om gaat is dat je kaders weet te scheppen waarbinnen ruimte komt voor de groep". Zou het goed zijn om die 'vrije' manier van lezen en onderzoeken, van samen praten en nadenken over wat je hebt gelezen, te betrekken bij leesbevordering? Een filosofisch gesprek op basis van jeugdliteratuur heeft opvallend veel kenmerken die overeenkomen met succesfactoren uit de leesbevordering, zoals: voorlezen, boekgesprekken, de ondersteunende rol van een professional en een stimulerende rol van klasgenoten. "Zonder meer," zegt Van Rossum "en dat begint natuurlijk op de basisschool. Bovendien past het ook heel goed in de agenda voor de 21st century. Vaardigheden zoals luisteren, creatief denken en problemen oplossen zitten er allemaal in."
Uit buitenlands onderzoek blijkt dat het filosoferen met kinderen vaardigheden als begrijpend lezen verbetert, en de woordenschat verbreed. Niet vreemd omdat het filosoferen in de eerste plaats een vorm van conceptueel onderzoek en talige uitwisseling is. In Nederland wordt binnen basisscholen doorgaans op projectbasis of in plusklassen gefilosofeerd met kinderen; onderzoek naar de effecten van filosoferen met kinderen op bijvoorbeeld taalvaardigheid en leesplezier zijn hier nog niet of nauwelijks verricht.

Fun

Op de vraag of schrijvers dat gevoel voor het filosofische, voor het metaniveau makkelijk zouden kunnen ontwikkelen en overbrengen, reageert Vandeursen meteen instemmend: "O ja, dat denk ik wel. Schrijvers zijn al gewend te werken met die gelaagdheid. Schrijvers zouden dat heel goed kunnen ja. Je moet leren om juist het potentieel van kinderen aan te spreken. Ik sta vaak versteld van het potentieel van kinderen. Dan merk je bijvoorbeeld dat kinderen in het gesprek meenemen dat ze zich bewust zijn van de betekenis van de concepten die ze toepassen. Dat klikt heel geleerd voor kinderen, maar dat kun je wel van ze vragen. En als dat voorkomt heb je met een filosofisch gesprek te maken. Maar filosoferen met kinderen is voor mij fun, plezier, lol, denklust. Niet alleen een cerebrale beweging. Als je dat overbrengt dan spreek je echt een potentieel aan."

 Anton Vandeursen studeerde achtereenvolgens aan de Kweekschool in Eindhoven en de Universiteit van Nijmegen, waar hij afstudeerde in de wetenschapsfilosofie en de filosofische antropologie. Hij werkte tot 1990 als docent cultuurbeschouwing, cultuurfilosofie en ontwerpmethodologie aan de Hogeschool Holland. Daarnaast begon hij, vanaf 1989, als groepsleerkracht aan de Montessorischool Dukenburg in Nijmegen te filosoferen met kinderen. Van 1990 tot aan zijn pensionering in 2013 werkte hij als docent cultuurbeschouwing aan de Pabo van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, waar hij onder meer het Socratisch gesprek en het FMKJ bij generaties studenten introduceerde en internationale uitwisselingen rond dit thema heeft opgezet. Vandeursen is voorzitter van het Centrum Kinderfilosofie Nederland, en actief in het (internationaal) opleiden van docenten als filosofisch gespreksleider. Daarnaast is hij in Indonesië betrokken bij de opbouw van kleinschalige projecten.

 Marja van Rossum werd opgeleid door Berrie Heesen en maakt zich al jaren sterk voor filosoferen met kinderen, bijvoorbeeld als co-ontwikkelaar en trainer van Filosoferen doe je zo, een filosofieprogramma voor het basisonderwijs. Ook coacht ze schoolteams bij de implementatie van deze methode. Iedere woensdag filosofeert ze zelf met kinderen op een basisschool in Delft. In samenwerking met kunstenaars, musea, jeugdtheaters en kunstzinnige instellingen ontwikkelde zij de methode Filosoferen met kunst. Deze wordt als maatwerk ingezet in musea (o.a. het Kröller-Müller Museum, Stedelijk Museum Schiedam, Rijksmuseum Twente en het Fries museum) en bij de ontwikkeling van programma’s voor Cultuureducatie met Kwaliteit in Delft en in Den Haag. Ook schreef ze filosofierubrieken voor maandbladen voor kleuters (Pompoen) en voor professionals in de kinderopvang (Kiddo).

Hanneke Marttin studeerde wijsbegeerte aan de Universiteit van Amsterdam en werkt sindsdien in het boekenvak: van boekhandel via uitgeverij naar het Nederlands Letterenfonds, waar ze communicatiemedewerker is. Daarnaast schrijft ze incidenteel interviews of artikelen, recent bijvoorbeeld voor Vrouwelijke filosofen. Een historisch overzicht. Ze volgde de beroepsopleiding Filosoferen met kinderen en jongeren aan het ISVW en filosofeert onder meer in de FlexBieb op IJburg met kinderen.

Voor wie verder wil lezen

Filosoferen in het basisonderwijs, Wetenschapsknooppunt Amsterdam i.s.m. uitgeverij AMB 2012.
Richard Anthone & Silvie Moors Van boeken ga je denken, Acco 2007.
Anthone, Jansssens, Vervoort en Knops Peinzen. 49 filosofische vragen voor kinderen, Acco 2012.
Rob Bartels en Marja van Rossum Filosoferen doe je zo. Leidraad voor de basisschool, Damon 2009.
Eefje Cornelissen Sprookjes en filookjes, Academia Press 2012.
Ingeborg Hendriks (red) De wereld in een kiezelsteen. Een filosofische ontdekkingsreis door de jeugdliteratuur, Lemniscaat 2004.