Nieuwe Prinsengracht 89  1018 VR  Amsterdam   020 623 05 66  info@lezen.nl Stichting Lezen op Twitter Stichting Lezen op FacebookNieuwsbrief         Frysk  English  Contact  Login

Je wordt niet per se kritisch van lezen

Datum: 
1 maart 2017
Auteur: 
Pjotr van Lenteren

De opbrengst van literair lezen

Als je veel tijd en geld steekt in het bevorderen van het lezen voor je plezier, dan is de vraag gerechtvaardigd of dat wel ergens goed voor is. Onderzoekers Jette van den Eijnden en Emy Koopman gingen op jacht naar empirisch bewijs. ‘In vergelijking met andere wetenschapsgebieden is er weinig empirisch onderzoek gedaan naar de opbrengst van literatuur.’

Emy Koopman (l) en Jette van den Eijnden, foto: Ton Koene

Literatuur maakt betere mensen van ons. Zoals iedere wetenschap een grote uitdaging heeft, is deze claim van Martha Nussbaum die van de literatuurwetenschap. Want hoewel haar vaak aangehaalde uitspraak gevoelsmatig klopt, is het vinden van bewijs nog niet gemakkelijk.
Dat merken onderzoekers die het geprobeerd hebben, zoals Jette van den Eijnden (1989) en Emy Koopman (1985), allebei verbonden aan Stichting Lezen. ‘Dat lezen je maatschappelijk verder helpt, daar zijn wetenschappers het wel over eens,’ zegt Van den Eijnden. ‘Maar moet het literatuur zijn?’ Koopman: ‘Ik durf voorzichtig te concluderen van wél.’

Droevige verhalen

Van den Eijnden schreef het rapport Wat doet het boek? Een onderzoek naar de opbrengsten van lezen. Ze verzamelde daarvoor zoveel mogelijk bestaand onderzoek en vergeleek dat onderling. Dat je van verhalen nuttige dingen leert, of ze nu literair zijn of niet, staat volgens haar als een paal boven water. Daarom pleit ze in de eerste plaats voor het bevorderen van leesplezier.
Koopman promoveerde na haar studie literatuurwetenschappen en klinische psychologie met het proefschrift Reading Suffering over het lezen van droevige verhalen. Ze vindt de resultaten bemoedigend genoeg om toch ook te pleiten voor het lezen van literatuur. In haar elegante onderzoek laat ze lezers van droevige literaire en niet-literaire teksten aangeven hoeveel begrip ze hebben voor mensen die gebukt gaan onder depressie of rouw.

En?

Koopman: ‘In één deelstudie maakte het niet uit, in een andere wel. Maar ik heb goede redenen om aan te nemen dat dit komt doordat de opzet van de beide onderzoeken van
elkaar verschilt. In het eerste onderzoek liet ik mensen een informatieve tekst, een dagboekfragment en een literair verhaal lezen. De verhalende teksten leidden tot evenveel empathie bij de lezer; dat kan komen doordat het dagboek emotioneler was en het literaire verhaal origineler. Beide wegen kunnen leiden naar begrip. In het tweede onderzoek bewerkte ik een hoofdstuk van Anna Enquist over de dood van haar dochter tot twee minder literaire versies: één zonder beeldspraak en één waar álle opvallende literaire kenmerken uit waren gehaald. Toen bleek dat de meest literaire versie, die ook het meest origineel werd gevonden, meer empathisch begrip opriep. Die uitkomst geeft mij hoop.’

Wat levert lezen wél gegarandeerd op?

Van den Eijnden: ‘Uiteraard staat het onderzoek van Emy ook in mijn rapport. Maar er is inderdaad verder niet veel empirisch onderzoek dat bewijst dat literair lezen empathie bevordert. Daarom zijn we ook zo enthousiast over dit bescheiden eerste bewijs! Echt aangetoond is dat lezen maatschappelijk voordeel oplevert. Wie van jongs af aan leest, schopt het verder in het leven. Dat is ook wel logisch. We leven in een wereld waarin het begrijpen van teksten voor bijna ieder beroep belangrijk is.’

Wat vond u verrassend aan uw onderzoek?

Koopman: ‘Een van de lezers die ik onderzocht is bloembindster. Ze had zich het lezen van literatuur op latere leeftijd eigengemaakt, gewoon door het te doen. Boeken die ze op de
middelbare school vreselijk had gevonden, leest ze nu met plezier. Ik had bijzondere gesprekken met haar. Voor mij bewijst dit dat literatuur echt niet iets voor hoogopgeleiden
hoeft te zijn. Over vooroordelen gesproken. Er is voor ieder wat wils in de wereldliteratuur en hoe meer je leest, hoe meer je aankunt.’
Van den Eijnden: ‘Wat ik een opvallend onderzoek vond was dat van Kaufman en Libby naar vooroordelen. Uit ander onderzoek was al gebleken dat het lezen van interculturele
boeken helpt om meer open te staan voor andere culturen en achtergronden. Zelfs Harry Potter helpt daarbij. Kaufman en Libby toonden ook nog eens aan dat bijvoorbeeld de volgorde
van vertellen ertoe doet. Als je pas aan het eind van het verhaal vertelt dat de protagonist homoseksueel of zwart is, neemt de witte, heteroseksuele lezer sterker het perspectief
in van die persoon dan wanneer dat aan het begin gebeurt.’

Is er genoeg empirisch onderzoek naar de opbrengst van literatuur?

Van den Eijnden, grinnikend: ‘Moet je niet aan mij vragen, ik vind het nooit genoeg. In vergelijking met andere wetenschapsgebieden
is het behoorlijk weinig. Hoewel er wel een toename te zien is, de laatste tijd. Vooral psychologisch onderzoek zoals dat van Emy. En dat is goed. Maar het blijft
een vak dat voor literatuurwetenschappers niet voor de hand ligt. We zijn gewoon theoretisch opgeleid, niet empirisch.’
Koopman: ‘Ik vind nadenken over tekstinterpretatie ook veel leuker dan meten en tellen. Voor empirisch onderzoek moet je je onderzoeksvraag zo genadeloos scherp afbakenen dat je maar heel weinig kunt doen. Je zou kunnen zeggen: hoe empirischer het onderzoek, hoe minder je te weten komt. Des te groter het genoegen als er toch wat uitkomt. We moeten vooral oppassen voor een publication bias: dat er alleen studies verschijnen die bepaalde hypothesen bevestigen. Kennis wordt pas min of meer zeker als een onderzoek meerdere keren is herhaald. Dat gebeurt in ons vak nog veel te weinig.’

U weet beiden veel over leesopbrengst. Waarover bent u het oneens?

Koopman: ‘Bijna nergens over. Jette zit iets meer op leesplezier, ik iets meer op literatuur. Ik merk dat er allergisch wordt gereageerd op dat woord, alsof literatuur bij voorbaat te moeilijk of pretentieus zou zijn. Terwijl er zoveel keus is. Ik ben voor een brede literatuurdefinitie. Je moet leerlingen de literatuur natuurlijk niet door de strot duwen; Harry Potter op een gymnasium-eindexamenlijst is weer het andere uiterste.’
Van den Eijnden: ‘Ik houd zelf ook meer van literatuur, maar ik zie in wetenschappelijke onderzoeken gewoon nog te weinig bewijs voor het verschil tussen gewone en literaire verhalen. In de meeste onderzoeken wordt gewoon geen rekening gehouden met literaire kwaliteit. Dan zeg ik voorlopig toch maar: maakt niet uit wat je doet, als je je kinderen maar voorleest en stimuleert om zelf te gaan lezen.’

Zegt de wetenschap ook hóé we dat het beste kunnen doen?

Van den Eijnden: ‘Wat Stiching Lezen al doet: inzetten op een goed begin. Thuis veel voorlezen, op school veel aandacht voor leesplezier. Je geeft kinderen daarmee een groot geschenk.’
Koopman: ‘En werken aan vooroordelen over literair lezen. Wat Alex Boogers zegt in De lezer is niet dood: mensen in lagere sociale klassen denken dat ze niet goed genoeg zijn
om een boek te lezen. Dat vind ik heel erg.’
Van den Eijnden: ‘Dat ligt dan ook wel aan de personages in veel Nederlandse boeken. Schrijvers schrijven vaak over hun eigen sociale omgeving. Boogers is juist gaan schrijven dankzij de biografie van Muhammad Ali.’
Koopman: ‘Ik ben het daar, vanwege mijn vriendin de bloembindster, niet helemaal mee eens. Ik denk dat het te maken heeft met niet mogen kiezen op school. Ik vond gymnastiek ook ineens een stuk leuker toen we uit meerdere sporten mochten kiezen en ik niet meer aan competitieve balspelen mee hoefde te doen. Ik denk dat dat met literatuur ook zo werkt. Je kunt op scholen fragmenten laten zien uit de hele wereldliteratuur en niet alleen uit de Nederlandse. Je kunt ook film inzetten en andere media, om literaire technieken te demonstreren.’
Van den Eijnden: ‘Precies, het zou helpen als je niet een bepaald soort literatuur per se moet lezen. Gewoon: aandacht voor plezier en voor het ontwikkelen van je eigen smaak.
Niet die van de meester.’

Moeten we het literaire lezen nu beschermen of niet?

Van den Eijnden: ‘Ik zou toch zeggen van wel. Het heeft, als je kan kiezen, wel degelijk meerwaarde. Er is bijvoorbeeld onderzoek van Stichting Marktonderzoek Boekenvak dat suggereert
dat “je verplaatsen in het hoofd van iemand anders” significant vaker wordt genoemd bij boeken dan bij film of games: 41 procent bij films of games, 64 procent bij boeken
in het algemeen en bij literatuur zelfs 79 procent. Lezen geeft sterker dan elk ander genre de illusie dat je met iemand meeleeft.’
Koopman: ‘Ik zeg ook ja, want we hebben genoeg redenen om aan te nemen dat literair lezen meerwaarde heeft tegenover gewoon lezen.’

Daar bent u het toch weer eens. Heeft lezen ook slechte kanten?

Van den Eijnden: ‘Natuurlijk, lang leve de nuance! Empathie en moraal staan los van elkaar, net als empathie en feiten. Je kunt door een goed geschreven verhaal sympathie krijgen voor personages met dubieuze ideeën. Prentice, Gerrig en Bailis laten zien dat lezers door een verhaal zelfs anders gingen denken over feiten die normaal gesproken helemaal niet ter discussie staan. Je wordt niet per se kritisch van lezen. Je moet nooit zomaar zeggen dat lezen goed is. Uiteindelijk gaat het om de inhoud.’

De digitale versie van het proefschrift Reading Suffering van Emy Koopman is te vinden op emykoopman.wordpress.com. Een gedrukt exemplaar is via de website aan te vragen.
Het rapport Wat doet het boek? Een onderzoek naar de opbrengsten van lezen van Jette van den Eijnden is inmiddels verschenen in de onderzoekspublicatiereeks van Stichting
Lezen.