Nieuwe Prinsengracht 89  1018 VR  Amsterdam   020 623 05 66  info@lezen.nl Stichting Lezen op Twitter Stichting Lezen op FacebookNieuwsbrief         Frysk  English  Contact  Login

Het is een cadeautje waarop ik niet meer had gerekend

Datum: 
4 oktober 2016
Auteur: 
Eline Rottier

Als je hem ziet en spreekt, zou je het niet zeggen, maar als de Kinderboekenweek begint, is Dolf Verroen op een maand na achtentachtig. De vis en de jongen, Hoe  mooi wit ik ben, Karel en de kindermoordenaar, het is maar een greep uit de ruim honderdtien kinderboeken waarmee Verroen kinderboekenkasten verrijkte. Het Kinderboekenweekgeschenk Oorlog en vriendschap is de kroon op een prachtig oeuvre.

foto: Martijn van de Griendt

Hoe was het om deze opdracht te krijgen? 

‘Verrassend, opwindend, spannend, verwarrend, alles tegelijk. Het is een cadeautje waarop ik niet meer had gerekend. Ik had het helemaal niet zien aankomen en was er zo gelukkig  mee dat ik meteen volmondig “ja” heb gezegd. De spanning en het verantwoordelijkheidsgevoel kwamen snel daarna. Bij een opdracht als deze wordt gezegd: “Je hebt de volledige  vrijheid om te schrijven wat je wilt.” En hoewel ik die vrijheid  wil nemen, mag het natuurlijk geen flop worden.’

Hoe bent u te werk gegaan? 

‘Je kunt er heel artistiek over gaan doen, maar het is uiteindelijk een opdracht. Daarom stelde ik me eerst de vraag: Wat wil  ik? Iets leuks of iets ernstigs? Gezien mijn leeftijd wilde ik meer dan alleen maar leuk. Het onderwerp kwam vanzelf.  Dat hield me al zo lang bezig dat ik wist: dit is het, hier ga  ik over schrijven. De basis was er gewoon. Toen ik het verantwoordelijkheidsgevoel  los kon laten, heb ik in één ruk doorgeschreven.’

Het boek speelt zich af tijdens de oorlog, maar gaat vooral over een vriendschap tussen twee jongens die wordt verstoord door denkbeelden van hun ouders... 

‘Ik heb geschreven over twee thema’s waar ik altijd nog over wilde schrijven. Het eerste is verraad. Het tweede is dat kinderen zo afhankelijk zijn van de opvattingen van hun ouders. Nu, maar zeker ook in die oorlogstijd. Terwijl zij er toch echt  niks aan konden doen dat ze in een Joods of NSB-gezin werden geboren.’

Is het boek autobiografisch? 

‘Het verraad is gebaseerd op een gebeurtenis uit mijn leven. Sowieso is bijna alles in het boek echt gebeurd. Maar de realiteit heeft zich in dit boek wel om de thema’s heen gevouwen. Ik heb de werkelijkheid – anders dan in het volledig autobiografische  Als oorlog echt is – vrijer gesitueerd. Maar het is wel de werkelijkheid. Ik ben niet zo fantasierijk als mensen denken. Er is een wereld  van verschil tussen fantasie en verbeelding. Fantasie heb ik niet, verbeelding heb ik wel. Ik kan me índenken hoe een  ander zich voelt als hij valt, maar ik kan niet fantaséren wat er daarna allemaal voor spannends zou kunnen gebeuren. Daarom heeft mijn verhaal ook geen thrillerachtig plot van ik leg een bom neer en op het einde ontploft hij wel of niet. Zo’n verhaal kan ik nu eenmaal niet bedenken.’

U schrijft vanuit uw eigen ervaringen en verbeeldingskracht? 

‘Ja, én vanuit mijn gevoel voor absurditeit. Ik denk dat kinderen zich daardoor thuisvoelen in mijn verhalen. Zij staan ook op een absurde manier in het leven, met al die grote mensen die ze vertellen wat ze wel en niet mogen of moeten. Dat “moeten” leidt trouwens tot een ander gevoel dat ik met kinderen deel: machteloosheid. Mijn boeken zijn vanuit de gevoelens van één mens geschreven: vanuit die van mij. Ik kan niet anders. Als ik schrijf ben ik de bron waaruit ik put en ben ik de enige lezer die er bestaat. Aan mijn verwachtingen moet het boek voldoen.’

Wat houden die verwachtingen in? 

‘Ik wil dat de thema’s die onder het verhaal liggen overkomen. Maar dat is een eis die ik aan mezelf stel: ík moet het gevoel hebben dat ik dat heb bereikt. Ik geloof er namelijk niet in dat je “een boodschap” kunt opleggen in een boek. In dit verhaal heb ik de dingen die mensen elkaar aan kunnen doen en de gevolgen daarvan teruggebracht tot één verraad. Om dat te voelen, heb je verbeelding nodig. Die eigenschap  heb je of heb je niet. Voor een miljoen zullen velen bereid zijn “sorry” te zeggen, maar dat zal niet echt gemeend zijn zolang diegene niet in staat is om te voelen wat iets voor de ander betekent.’

Geldt dat ook voor kinderen? 

‘Voor kinderen is het hoopvoller, maar ook voor hen kan een schrijver niet zeggen: ik ga iets schrijven wat goed is voor jullie. Je kunt alleen maar hopen dat ze je begrijpen. Ik hoop dat ze mijn boek uitlezen en dat ze het een mooi verhaal vinden. Ik kan niet voorspellen wat ze eruit halen.’

Hoe zit het met uw schuldgevoel, heeft dat u sinds de oorlog achtervolgd? 

‘Ik denk dat iedereen wel iets in zijn leven heeft meegemaakt wat je meeneemt. Bij mij is, meer dan een schuldgevoel, het verraad blijven hangen. Dat komt misschien ook doordat er in het echt geen volwaardige vriendschap was, eerder een aanzet daartoe. Door de verwarrende oorlogstijd kon het zich niet ontwikkelen, was het in feite in de knop al gebroken. Maar ik ben het nooit vergeten.’

Hoe blij bent u met de illustraties van Charlotte Dematons? 

‘Nadat ik de tekeningen voor het eerst had gezien, belde ik  Charlotte. Ik barstte bijna in tranen uit toen ik haar vertelde hoe mooi ik het vond. Het jongetje is precies hoe ik toen was, met het brilletje van nu. Ik heb het gevoel dat Charlotte en ik aan elkaar verwant zijn. Ze heeft mijn verhaal zo doorvoeld, het is exact hoe het wezen moet.’

U straalt zoveel trots uit. Voel u zich ook zo? 

‘De onzekerheid die ik in het begin had is weg, maar dat  neemt niet weg dat ik het vreselijk zou vinden als het boek een teleurstelling zou zijn voor kinderen. Tegelijkertijd kan ik  niet verhoeden dat er een kind is dat het niet mooi vindt. Ik ben heel gelukkig met het resultaat. Ik heb altijd gezegd dat ik nog eens een universeel boek wilde schrijven. Misschien heb ik dat hiermee wel een beetje bereikt. Zonder dat ik erop uit was, is het voor mij een van mijn beste boeken geworden. Dat komt ook doordat het gevoel dat ik erin kwijt wilde gaaf is overgekomen. Het hoort bij me, ik denk dat ik met dit boek iets nalaat…’

Is alles nu verteld? 

‘In deze bijzondere fase van mijn leven vraag ik me weleens af of ik het schrijven nodig heb gehad om aan mezelf te ontkomen, om dingen een plek te geven. Het antwoord heb ik nog niet gevonden, maar ik weet wel dat het me heeft geholpen om mezelf te aanvaarden. Ook het schrijven van Oorlog en vriendschap heeft me op een of andere manier bevrijd. Misschien voelt het daardoor ook wel als een afsluiting; alles wat in me zat is verteld. Denk ik.’

Dit interview is eerder verschenen in Lezen 3, 2016