Nieuwe Prinsengracht 89  1018 VR  Amsterdam   020 623 05 66  info@lezen.nl Stichting Lezen op Twitter Stichting Lezen op FacebookNieuwsbrief         Frysk  English  Contact  Login

In gesprek met Sharité Severina

Datum: 
4 februari 2021
Auteur: 
Fieke Van Der Gucht

De Nederlandse Sharité Severina rondde in 2019 haar masteropleiding Taalwetenschappen (Universiteit van Amsterdam) af, met een specialisatie Nederlands als Tweede Taal & Meertaligheid. Haar masterscriptie ging na hoe goed Amsterdamse kinderen zich in het aanbod kinderliteratuur in Amsterdamse basisscholen konden herkennen. Met haar scriptie haalde Sharité een eervolle vermelding van de Scriptieprijs Leesbevordering 2018-2020.

Sharité Severina is 33 jaar en zowel taalconsulent Digi&Taalhuis bij Biblioheek Gooi als leescoördinator bij de Shri Laksmi School in Amsterdam. Binnenkort ruilt ze die twee banen in voor een stage bij het Openbaar Lichaam Bonaire – Sharité is geboren en getogen in Curaçao, dat deel uitmaakt van het Koninkrijk der Nederlanden. In haar geboorteland kreeg ze als kind boeken met witte Nederlandse jongens en meisjes in de hoofdrol te lezen. Ze kon zich daarmee maar weinig identificeren, al las ze wel ‘omdat het goed voor haar was’. Misschien werd daar al de basis voor haar masterscriptie gelegd: De (de)kolonisatie van kinderliteratuur: over de manifestatie van het Nederlandse cultureel archief in door Amsterdamse basisscholen aangeboden AVI 5 kinderliteratuur. Die scriptie haalde de tweede eervolle vermelding van de Scriptieprijs Leesbevordering 2018-2020. Stichting Lezen ging met haar in gesprek.

VoorleesExpress als inspiratiebron
‘De directe aanleiding voor deze masterscriptie was mijn vrijwilligerswerk bij de VoorleesExpress, naast mijn eigen ervaringen als kind natuurlijk. Twintig weken lang las ik Nederlandstalige boeken voor aan een Tibetaans-Nederlands meisje van zes jaar om haar taalvaardigheid, leesmotivatie en leesplezier te stimuleren. Ik zocht naar boeken die pasten bij haar interesses en hobby’s, haar karakter en etnische achtergrond. Dat laatste bleek nog niet zo makkelijk. Het kostte me erg veel moeite om boeken te vinden waarin geëtniceerde personages herkenbaar en multidimensionaal werden voorgesteld. Dat vond ik erg jammer.’

Kinderboeken als spiegels en ramen
‘Kinderboeken zijn enerzijds spiegels waarmee de samenleving kinderen naar zichzelf laat kijken. Als kinderen zichzelf niet kunnen identificeren met de boekpersonages, dan heeft dat niet alleen een negatief effect op hun zelfbeeld, maar ook op hun leesplezier, hun leesattitude en daarmee hun leesvaardigheid. Daardoor lopen ze meer kans om slechter te presteren op school. Herkenbaarheid daarentegen stimuleert hen om boeken te lezen en dus hun leesvaardigheid. Omdat de Nederlandse samenleving verkleurt, wordt het aldoor belangrijker dat de kinderliteratuur dekoloniseert. In Amsterdam bijvoorbeeld, waarbinnen ik mijn onderzoek situeer, had
52 procent van de inwoners in 2017 een migratieachtergond.’

‘Anderzijds zijn kinderboeken ramen waarmee de samenleving kinderen naar anderen laat kijken. Kinderboeken lezen bevordert immers niet alleen de taalvaardigheid en daarmee het schoolsucces van kinderen, kinderliteratuur heeft ook een belangrijke invloed op hoe kinderen over ‘anderen’ denken. Kinderen tussen negen en twaalf jaar handhaven etnische stereotypes en vooroordelen die ze eerder aanleerden. Het is dus belangrijk dat die vóór die leeftijd worden ontkracht. Daarom richtte ik mijn aandacht op kinderboeken voor groep 5 (in Vlaanderen: het derde leerjaar, nvdr), de acht- en negenjarigen dus.’

Eindeloos turven
‘Heel concreet onderzocht ik het kinderboekenaanbod voor groep 5 in de schoolbibliotheken van zes Amsterdamse basisscholen. Die boeken zijn immers vaak de enige boeken waarmee kinderen in contact komen. In een eerste stap turfde ik alle boekcovers uit de schoolbibliotheken. Ik ging na of de cover mensen afbeeldde. Als dat het geval was, hield ik per cover ook bij welk gender en welke etnische achtergrond de afgebeelde mensen hadden, voor zover ik dat kon opmaken natuurlijk. Ik scande ook snel wie een hoofdrol en wie een bijrol kreeg in het boek. Dat was best wel een werk: 939 titels gingen er door mijn handen. Daarvan waren er 502 unieke titels. De resultaten waren bedroevend: in hoofdzaak kregen witte jongens (35,6%) en witte meisjes (33,5%) de hoofdrol, zij delen samen de hoofdrol in 11% van het aanbod. Speelde een personage met een migratieachtergrond mee? Dan was dat vrijwel altijd als eenzijdig nevenpersonage.’

Diversiteitsscreening top vijf-boeken
‘De vijf populairste boeken die de zes schoolbibliotheken met elkaar gemeenschappelijk hadden, screende ik vervolgens op vooroordelen, racisme en seksisme. Daarvoor maakte ik gebruik van het screeningsinstrument van de Council on Interracial Books for Children, een lijst met verschillende criteria om de diversiteitsgevoeligheid van kinderliteratuur te analyseren. Ik ging onder meer de eventuele ongelijkheid tussen de personages na, de manier waarop verschillende levensstijlen werden voorgesteld, welke effecten het boek had op het zelfbeeld en de sociale identiteit van het kind, of er beladen woorden werden gebruikt en welke achtergrond de auteur van het boek zelf had. Opvallend: van alle titels had maar één boek een auteur met een migratieachtergrond. Pijnlijk feit: het ging om een co-auteurschap met een witte hoofdauteur. ’

Essentialistisch, victimiserend, kleurenblind
‘De resultaten van die diversiteitsscreening waren bedroevend. Ik stelde vast dat de kinderboeken op een essentialistische, victimiserende of kleurenblinde manier met diversiteit omgingen. Of ik me nader kan verklaren? In een essentialistisch boek wordt een cultuur herleid tot een vermeende essentie. Welnu, wie bijvoorbeeld Mijn tante uit Marokko leest, zou kunnen denken dat traditionele instrumenten en mystiek een belangrijke rol spelen in de leef- en belevingswereld van jonge kinderen met een Marokkaanse achtergrond. (lacht) In De kat en de adelaar is er wederom sprake van magie en wordt, zoals dat in veel boeken het geval is, het gekleurde personage als een slachtoffer neergezet. Dat soort literatuur was in de jaren 70 en 80 heel populair: mensen van kleur moesten daarin gered worden door witte mensen.

Het omgekeerde vind je dan weer in Spekkie en Sproet. Daarin is Spekkie perfect opgegaan in de witte, Nederlandse cultuur: alsof dat het ideaal is. Alleen de prenten, haar dansplezier, gebrek aan kampeerervaring en de vermelding van haar Curaçaose moeder verwijzen op krampachtige wijze naar haar Afro-Nederlandse achtergrond.’

Naar een diversiteitsgevoelig boekenbeleid
‘Uit de interviews die ik afnam met leerkrachten en bibliothecarissen, bleek hoe weinig ze zich bewust waren van het belang van diversiteit in de kinderboeken die ze aanboden. Dat kan anders!’
‘Gemeentebesturen en leraren moeten zich er in de eerste plaats van bewust worden dat het boekenaanbod in de schoolbibliotheken nu nauwelijks de leef- en belevingswereld van de leeringenpopulatie weerspiegelt, terwijl dat net zo belangrijk is. Dat kan via een diversiteitstraining bijvoorbeeld. Ik zou hen daarin graag hun boekenaanbod laten screenen op diversiteitsgevoeligheid met de criterialijst van Louise Derman-Sparks.

Voldoet het aanbod niet? Dan moeten ze het uitbreiden met méér diversiteitsgevoelige titels. Die moeten natuurlijk kwalitatief oké zijn. Dat betekent voor mij dat ze gekleurde personages in de hoofdrol hebben en dat ze etnische of genderverschillen complex en genuanceerd voorstellen. Boeken met een essentialistische, victimiserende of kleurenblinde visie op geëtniceerde personages horen niet in de schoolbibliotheek thuis. En, heel belangrijk, er moeten ook meer titels van auteurs met een migratieachtergrond in de rekken komen.’


‘Om dat voor elkaar te krijgen is er geld nodig, en een samenwerking van scholen en gemeenten met beleidsorganisaties. Zij kunnen het belang van een diversiteitsgevoelig kinderboekenaanbod blijvend onder de aandacht brengen: door trainingen te voorzien, publiciteit te schenken aan auteurs met een migratieachtergrond en geschikte titels te financieren, bijvoorbeeld voor de Kinderboekenweek en Jeugdboekenmaand.’


Boekentip voor de Amsterdamse schoolbibliotheek
‘Welke boeken ik zelf vind thuishoren in de Amsterdamse schoolbibliotheken? Daar hoef ik niet lang over na te denken: Reza Kartosen-Wong, Humberto Tan, Zanib Mian, Sarah Weeks en Gita Varadanja, Elena Favilli, Vivian den Hollander, Pip Jones, Mylo Freeman en Brian Elstak schrijven boeken waarin niet-witte hoofdpersonages karakters met diepgang zijn. Hun boeken zijn de spiegels en ramen waar ik het eerder over had: ze bieden kinderen identificatiemogelijkheden of verbreden hun horizon. Alleen: die auteurs schrijven vooral voor peuters en kleuters en oudere kinderen tussen 10 en 12 jaar. Kortom, het aanbod aan diversiteitsgevoelige boeken voor peuters en kleuters zit relatief goed, maar voor 8- tot 9-jarigen is het aanbod nog schaars. Er is dus nog werk aan de winkel!’


Bekijk het interview waarin Sharité haar onderzoek toelicht:

Lees Sharité’s scriptie.

De Scriptieprijs Leesbevordering is een tweejaarlijks initiatief van Stichting Lezen (Nederland) en Iedereen Leest (Vlaanderen). De jury gaf ook de scriptie van de Vlaamse Hanna Van Wambeke een eervolle vermelding, op vrijdag 5 februari wordt de winnaar bekendgemaakt.