Nieuwe Prinsengracht 89  1018 VR  Amsterdam   020 623 05 66  info@lezen.nl Stichting Lezen op Twitter Stichting Lezen op FacebookNieuwsbrief         Frysk  English  Contact  Login
Datum: 
2 september 2019

TOEGEVOEGDE WAARDE

Leesclubs op school kunnen bijdragen aan zowel de geletterdheid, de mondelinge vaardigheden als de sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen, zo blijkt uit onderzoek. Jody Polleck uit New York deed vijftien jaar lang onderzoek naar deze onderwijsvorm op allerlei schooltypen. Samen met Jurgen Tijms, ontwikkelingspsycholoog bij de Universiteit van Amsterdam, bracht zij de Engelse boekenclub in praktijk op het Altra College Bleichrodt in Amsterdam Zuidoost. ‘Voor sommige leerlingen is het de eerste keer dat ze een boek uitlezen.’

Het leesclubteam van het Altra College: v.l.n.r. Lisbeth van den Broek, Jurgen Tijms, Janneke Gieles, Jody Polleck en Serena Brandenburg

Het Altra College Bleichrodt ligt aan de Tafelbergweg, verscholen in het groen. Het moderne schoolgebouw is speciaal ontworpen voor passend onderwijs en wordt bezocht door tweehonderdtachtig leerlingen met mavo-, havo- of vwoniveau die zich in het reguliere onderwijs niet goed kunnen handhaven. De schoolpopulatie is divers, maar relatief veel leerlingen ervaren uitdagingen op het gebied van sociale interactie, communicatie, flexibiliteit in denken en handelen of het filteren van informatie en hebben vaak een autisme spectrum stoornis (ass). Voor Jody Polleck en Jurgen Tijms een interessante doelgroep om met leesclubs aan de slag te gaan. Gesteund door een onderzoeksbeurs en door het enthousiasme van mediathecaris Lisbeth van den Broek lukte het om op deze school een logistiek uitdagend project uit te voeren.

Ongecontroleerde wereld

‘Het achterliggende idee van het onderzoek is dat leerlingen in de veilige context van een boek kunnen praten over sociale uitdagingen die zij ervaren in het leven,’ vertelt Tijms in de mediatheek. ‘Deze leerlingen hebben vaak wat meer moeite met sociale situaties. In het echt ontvouwen die situaties zich vaak heel snel; te snel om op te kunnen reflecteren. In een boek kun je de tijd even stilzetten en erover praten: wat gebeurt hier, hoe reageren de personages en hoe gaat het nu verder? We zijn dit project gestart in 4 havo en 4-5 vwo, met de leerlingen die de school volgend jaar gaan verlaten. Zij staan vlak voor een overgang. School is voor veel van hen nog een veilige omgeving, daarna wacht er een ongecontroleerde wereld.’

Drones

De leesclubs zijn gestructureerd naar een door Polleck verfijnd model. Kleine groepjes van gemiddeld vijf leerlingen lezen gezamenlijk een boek over problematiek die zij zelf in hun leven kunnen tegenkomen en praten daarover. Voor deze bijeenkomsten konden de leerlingen kiezen uit On the Edge of Gone van Corinne Duyvis, Marcello in the Real World van Francisco X. Stork en Atypical. Life with Asperger’s in 20⅓ Chapters van Jesse A. Saperstein. Sommige leerlingen gaven aan liever niet over een autistisch personage te willen lezen.
Zo koos een groep jongens We See Everything van William Sutcliffe, een boek over drones. Polleck: ‘Dat sloot meer aan bij hun interesses, en dat is ook prima. Het leuke was: ook al gaven ze zelf vooraf aan dat ze absoluut geen lezers waren, ze gingen er helemaal in op.’

Bossche bollen

Gedurende een halfjaar kwamen de leesclubs iedere week bij elkaar onder begeleiding van Polleck en stagiaires Serena Brandenburg en Janneke Gieles. Vooraf, tussentijds en achteraf zijn vragenlijsten afgenomen. De data moeten gaan uitwijzen of de interventie meetbaar effect heeft gehad. Als je leerlingen ernaar vraagt, zijn ze opvallend positief. Voor het afscheid van Polleck is een van de jongens zelfs naar de bakker gefietst voor Bossche bollen, want die heeft ze nog nooit gegeten. ‘Nog niks zeggen hoor,’ zegt hij erbij, ‘het is een verrassing.’ Ze vinden het jammer dat ze teruggaat naar New York, maar verheugen zich op het auteursbezoek van Corinne Duyvis, die later in de week zal langskomen voor een afsluitend klassenbezoek.

Toegevoegde waarde

Simone Feijen, docent Engels bij het Altra College, kijkt met een goed gevoel terug op de leesclubs. ‘Veel leerlingen vinden het verschrikkelijk om te lezen. Ik vind het heel jammer om te zien dat in het huidige literatuuronderwijs de weerstand tegen lezen alleen maar wordt versterkt. Als je het samen kunt doen, in de vorm van een boekenclub, kun je veel meer sturen. Het geeft het lezen een toegevoegde waarde. Leerlingen worden mondeling vaardiger in het Engels, bovendien vinden ze het op deze leeftijd heel fijn om over zichzelf te kunnen praten. Als je dat met elkaar doet, versterkt dat het onderlinge begrip. We gaan er volgend jaar zeker mee door, al hebben we helaas niet de capaciteit om dat op zo’n uitgebreide schaal in kleine groepjes te doen.’

Leerlingen over de leesclubs

 

Ryan (zestien):
‘Ik ben absoluut geen lezer. Een keer per jaar lees ik de regels van het spelvoetbal, dat is het. Dit jaar moest ik mijn examen halen en dacht ik: die boekenclub gaat me daarbij helpen! Het enige minpuntje was het onderwerp. Een boek over autisme hoefde niet zo voor ons. Ken je die tv-serie The Good Doctor, over die arts die niemand kan aankijken? Dat is hoe autisme vaak wordt neergezet, als een stereotype dat mensen afschrikt. Dus wij hadden al snel besloten dat we een ander boek wilden: We See Everything van William Sutcliffe. De bijeenkomsten waren supergezellig. We hebben over het verhaal nagedacht en vooral met elkaar gespeculeerd over hoe het zou aflopen. Veel scholieren lezen niet, omdat het veel tijd kost, en die tijd kun je beter besteden aan je PlayStation. Maar als je zo’n leesclub onderdeel maakt van het curriculum, ook voor Nederlands, dan is het niet meer vrijblijvend. Je moet. Dat lijkt mij een heel goed idee.’

Sven (achttien):
‘Toen ik hoorde dat we een leesclub gingen doen op school, dacht ik: nee, daar heb ik echt geen zin in! Ik had zo’n voorstelling van een kringgesprek zoals je op tv ziet, maar het was heel anders dan verwacht. Ik vond het leuk! Onze groep heeft Atypical gelezen, de autobiografie van Jesse Saperstein, waarin hij vertelt over zijn leven met Asperger. Ik voelde me ermee verbonden. Veel dingen die hem zijn overkomen, heb ik zelf ook meegemaakt. De gesprekken in de leesclub waren heel fijn. We hebben gepraat over het boek, maar ook over ons eigen verleden. Ik heb ervan geleerd om op een andere manier naar literatuur te kijken, dat je wat je leest ook op jezelf kunt betrekken. Aan die manier van lezen had ik nooit zo gedacht. Meestal ga ik voor het  avontuur, wil ik weten hoe het afloopt. Nu kijk ik beter naar de karakters en hun ontwikkeling. AIs er iets wat in de buurt komt, wat ik ook voor mezelf zou kunnen proberen? Je kunt boeken gebruiken als spiegel, heb ik ontdekt.’

Lara (zestien):
‘Ik was gelijk enthousiast over de leesclub, want ik lees bizar veel. We hebben met onze groep On the Edge of Gone van Corinne Duyvis gekozen. Een spannend boek, waar van alles in zit. Eigenlijk ben ik geen fan van boeken met autistische hoofdpersonen, die staan meestal vol clichés. Als je écht iets over autisme te weten wilt komen, lees dan een wetenschappelijk boek en geen fictie, is mijn advies. Maar omdat deze schrijfster zelf autisme heeft, was het wel oké. We hadden op sociaal vlak een vrij ingewikkelde leesclub, maar dat was juist interessant. Het leverde echte discussies op. Als voorbereiding op het mondelinge examen waren de leesclubs heel handig, je oefent echt in het praten over boeken. Bovendien is het een manier om even uit de dagelijkse schoolstress te stappen. Volgens mij heeft iedereen in onze groep zijn best gedaan en er ook echt iets uit kunnen halen. Wat mij betreft kunnen ze de leesclubs vast invoeren, ik vind het echt een toevoeging.’